words by Robert Jan Stips and Rob Douw

zes blauwe dwergen heel diep in de bergen
die groeven gemeen naar een winterpeen
terwijl zij zo wroeten met kloetende voeten
begon het weerlichten met bliksemschichten

bliksemschichten
bliksemschichten

met striemende vlagen deed regen hen plagen
maar sterk was’t begeren dat niets deed hen keren
de kuil werd zo diep dat er water in liep
en zij tussen stronken al huilend verdronken